Flitsfotografie: Werken met flitsers

 

Vaak wordt er gedacht dat het gebruik van een flitser een noodzakelijk kwaad is. Veel fotografen denken dat ze de sfeer weg zullen flitsen. Wanneer je echter goed gebruik maakt van een flitser kan de sfeer behouden blijven en kun je tevens het eindresultaat verbeteren. In dit artikel bespreken we de basis van het gebruik van flitsers om tot een beter eindresultaat te komen.

Een flitser kan in veel gevallen een nuttige toevoeging zijn om een geslaagde foto te maken. Doordat je een eigen lichtbron gebruikt ben je minder afhankelijk van het aanwezige licht. ’s Avonds kun je een flitser gebruiken waar je anders bij gebrek aan licht een bewogen of zelfs helemaal geen foto had kunnen maken. Op een zonnige dag is een flitser erg bruikbaar om harde schaduwen van direct zonlicht op te heffen en binnenshuis kun je met een flitser bijvoorbeeld voorkomen dat het licht van een raam een groot uitgebleekt vlak wordt en de woonkamer te donker blijft. Hierbij kun je met je flitser binnen voor evenveel licht te zorgen als het licht dat van buiten komt.

Op bijna elke camera zit een ingebouwde flitser. Het nut van deze flitser is helaas beperkt. De ingebouwde flitser zit vaak vlak boven het objectief en flitst recht naar voren. Dit levert doorgaans een platte en felle belichting op met harde schaduwen. Ook heb je met een ingebouwde flitser veel kans op rode ogen en zijn ze daarnaast niet al te krachtig. Wanneer een onderwerp dan wat verder weg is heeft het flitslicht niet genoeg kracht om voor voldoende belichting te zorgen met als resultaat een te donkere foto met vaak een overbelichte voorgrond.

Opzetflitser
Veel meer mogelijkheden heb je al met een opzetflitser. Doordat de flitser hoger is dan de ingebouwde flitser heb je minder snel last van rode ogen op een foto. Daarnaast kun je bij de meeste modellen indirect flitsen dankzij een draaibare kop. Door het flitslicht op een muur of plafond te weerkaatsen wordt het licht veel zachter en komt het bovendien vanuit een andere hoek. Let er echter wel op dat een gekleurd oppervlak kan leiden tot een kleurzweem op je foto. Ook kost indirect flitsen meer energie omdat je een krachtiger flits nodig hebt en dus zullen je batterijen eerder op zijn.

Bij gebruik van een groot objectief kun je bij de ingebouwde flitser last hebben van de schaduw die je lens op de foto werpt. Een opzet flitser zit zoveel hoger dat dit probleem niet meer voor zal komen. De ingebouwde flitser van je camera is daarnaast ook lang niet zo krachtig als een opzetflitser. Ook gebruikt de opzetflitser zijn eigen batterijen en houdt de accu van je camera het dus langer uit. Nog een extra voordeeltje is de hulpverlichting voor de autofocus die je op veel opzetflitsers aantreft. Dit lampje op de flitser licht je onderwerp (vaak met niet storend rood licht) bij zodat je camera er gemakkelijk op scherp kan stellen. Bij sommige modellen kan deze hulplamp zelfs gebruikt worden wanneer de flitser zelf uitgeschakeld staat waardoor je er ook nog wat aan hebt wanneer je even niet wilt flitsen maar het toch te donker is om goed automatisch scherp te stellen.

Opzetflitsers

Flitssynchronisatietijd
Onafhankelijk van het type flitser dat je gebruikt is het altijd belangrijk te letten op de flitssynchronisatietijd van je camera. Deze vind je in de handleiding en is bij veel camera’s 1/200 of 1/250 seconde. Deze synchronisatietijd geeft de kortste sluitertijd aan die je kunt gebruiken. Kies je een kortere sluitertijd dan zal slechts een gedeelte van het beeld goed belicht zijn. Een langere sluitertijd gebruiken is geen probleem.

Wil je toch een foto maken met een hogere sluitertijd zet dan je flitser op de zogenaamde ‘High Sync’ mode. Deze optie is bij de meeste opzetflitsers aanwezig. In deze stand flitst de flitser een aantal malen vlak achter elkaar om er zo voor te zorgen dat het beeld toch in zijn geheel goed belicht wordt. In deze stand is de kracht van de flitser echter minder en wordt er ook meer stroom verbruikt zodat je batterijen sneller leeg zullen zijn.

De sluiter van je camera bestaat in feite uit twee lamellen (ook wel gordijnen genoemd) die vlak achter elkaar verticaal over de sensor glijden. De ruimte tussen de twee lamellen zorgen voor de belichting van je sensor. Bij snelle sluitertijden is deze ruimte steeds kleiner. De flitssynchronisatietijd is de sluitertijd waarbij deze ruimte even groot is als de sensor zelf. De duur van een flits is namelijk zo kort dat anders alleen de spleet tussen de lamellen belicht zou worden door de flits. Afhankelijk van het type camera ligt de synchronisatietijd vaak tussen 1/60 en 1/500 seconden.

Flitsinstellingen
De instelling van het diafragma bepaalt de correcte belichting bij het gebruik van een flitser. Door het diafragma aan te passen laat je meer of minder licht toe. Dit is echter pas van belang wanneer je handmatig met je flitser aan de slag gaat.

Met de sluitertijd instelling van je camera bepaal je hoeveel er van de achtergrond zichtbaar is. Hoe langer de sluitertijd hoe meer er van de omgeving te zien is. Door een kortere sluitertijd te gebruiken kun je de achtergrond van je foto donker maken. Hiermee kun je het hoofdonderwerp, dat door de flits belicht wordt, extra aandacht geven in de foto.

Veel opzetflitsers kunnen gebruik maken van door de lens meting (TTL). Dit zijn altijd merkgebonden flitsers. Niet de flitser maar de camera meet het licht en geeft aan wanneer de flits beëindigd moet worden. Bij digitale camera’s wordt er vooraf een flits gegeven zodat de camera de juiste flitsbehoefte kan meten. Deze flits wordt zo kort voor de daadwerkelijke flits gegeven dat je hem met het blote oog niet kunt waarnemen. Je ziet de twee flitsen als één flits.

Het voordeel van een TTL flitser is dat je zelf minder aandacht hoeft te hebben voor de correcte instellingen; de camera neemt het werk uit handen en zorgt voor een goede opname. Wanneer je echter wat meer creatieve mogelijkheden wilt hebben is het handig als je flitser ook handmatig in te stellen is. Iets om op te letten bij de aanschaf van een opzetflitser.

Sommige opzetflitsers hebben een zoom optie. Afhankelijk van het gebruikte objectief zoomt de flitser mee om de hoek van het licht te optimaliseren. In de groothoekstand wordt het licht zo wijd mogelijk verspreid, zoom je in dan wordt ook het licht over een kleinere hoek afgegeven. Het licht kan zo met hetzelfde vermogen verder reiken.

Om het flitslicht minder hard en direct te maken kun je een diffuser gebruiken. Hiervoor zijn specifieke accessoires op de markt zoals de Omnibounce opzetstukken. Goedkoper en eenvoudiger is het gebruik van een witte zakdoek om het licht meer te verspreiden. Je kunt deze simpelweg met een elastiekje om je flitskop bevestigen. Uiteraard wordt ook de kracht van je flitser minder door het gebruik van een diffuser.

Flitsfoto van Freek
Flitsfoto in een slecht verlichte ruimte.
Een hoge ISO waarde zorgt ervoor dat de achtergrond ook mooi verlicht blijft.

Flitsbereik
Flitsers zijn gemaakt om te gebruiken met lenzen die binnen het standaard bereik vallen, zo ongeveer van 24 tot 200mm. Wanneer je daar buiten gaat moet je hier rekening mee houden. Bij een groothoeklens kun je vignettering voorkomen door een diffuser te gebruiken, voor een extreme telelens bestaan er reflectoren die het licht van je flitser verder bundelen. In beide gevallen zul je baat hebben bij een krachtige flitser.
Richtgetal

Wanneer je een flitser gaat aanschaffen wordt de maximale kracht van de flits aangegeven met het richtgetal. Hoe hoger het richtgetal, hoe groter de lichtopbrengst. Het richtgetal is gelijk aan het product van de afstand tot het onderwerp en het benodigde diafragma. Bij een richtgetal van 42 heb je op een afstand van 3 meter dus diafragma f/14 nodig voor een goed belichte opname (3 x 14 = 42). Het richtgetal is altijd gebaseerd op een camera instelling op 100 ISO. Omdat een flitser ook minder krachtig kan flitsen dan de maximale stand is het aan te raden een flitser aan te schaffen met een zo hoog mogelijk richtgetal. Overigens is het richtgetal ook echt zoals het woord zegt een richtgetal. Afhankelijk van het objectief en de omgeving varieert de benodigde flitskracht. Witte muren zorgen bijvoorbeeld voor meer reflectie dan donkere muren en dus is er een minder krachtige flits nodig.

Ook de ISO waarde is dus van invloed op het richtgetal, schakel je over naar 200 ISO dan heb je de helft van de flitskracht nodig om eenzelfde object goed te verlichten. Door je camera bij flitsfoto’s op 400 ISO te zetten bespaar je dus ook flink op je batterijen. Daarnaast registreert je sensor bij deze hogere lichtgevoeligheid meer van het omgevingslicht bij kortere sluitertijd. Hierdoor heb je minder last van donkere achtergronden in je foto’s.

Eerste of tweede gordijn
Op de camera zijn meer mogelijkheden om het gedrag van je opzetflitser te beïnvloeden. Zo kun je instellen of je de flits op het eerste of op het tweede gordijn wilt. Standaard staat deze meestal op het eerste gordijn zodat het onderwerp belicht wordt op het moment dat je afdrukt. Bij beweging kan dit echter een raar effect opleveren. Wanneer je bijvoorbeeld een rijdende auto in het donker fotografeert bij een wat langere sluitertijd (bijvoorbeeld 1/60 seconde) zullen de achterlichten op de foto tegen de beweging in als een vage streep zichtbaar zijn. De flitser gaat namelijk direct bij het afdrukken af, maar de sensor wordt nog langer belicht. Dit rare effect kun je tegengaan door je flitser op het tweede gordijn te laten flitsen. De flits wordt dan pas aan het eind van de opname afgegeven waardoor eerst de vage streep getrokken wordt en je vervolgens de auto bevriest vlak voordat de sluiter weer dicht gaat.

Flitsfoto Sara
Een bijzonder effect kun je bereiken door een langere sluitertijd te combineren met een flits

Ook de flitsbelichtingscompensatie is op de meeste camera’s in te stellen. Hierbij geef je aan dat de camera iets meer of juist iets minder licht moet afgegeven dan de gemeten waarde. Wanneer je bijvoorbeeld constant een overbelichte foto krijgt kun je de flitsbelichtingscompenstatie één stop laten minnen. De flitser geeft dan de helft minder licht af ten opzichte van de gemeten waarde.
Schilderen met licht

Een leuke manier om met een flitser te werken in een donkere ruimte of ’s avonds buiten is het zogenaamde schilderen met licht. Zet je camera op een statief en stel een lange sluitertijd in, bijvoorbeeld 30 seconden. Kies een bijpassend diafragma voor een correcte belichting of laat de camera dit doen door de sluitertijdvoorkeuze (S/Tv) te gebruiken. De opzetflitser haal je van de camera en neem je in de hand mee. Terwijl de foto gemaakt wordt richt je de flitser op onderdelen in de ruimte die je extra wilt belichten. Op je flitser zit een knopje om deze handmatig af te laten gaan waar je nu gebruik van kunt maken. Door één of meerdere malen in je scene te flitsen kun je op de door jou gewenste plekken extra licht toevoegen in de scene. Let er wel op dat je zelf niet in de foto verschijnt wanneer je flitst door buiten beeld of achter een voorwerp te gaan staan. Deze techniek is natuurlijk ook mogelijk bij gebruik van een zaklamp in plaats van een flitser. Een kabelontspanner is een handige accessoire om met de bulb instelling van je camera nog langere belichtingen mogelijk te maken zonder dat je de camera beweegt.

Studioflitsers
Wanneer mobiliteit minder belangrijk is kun je gebruik maken van studioflitsers en een studiolocatie om volledige controle over je licht te hebben. Een groot voordeel van studioflitsers is dat ze niet werken op batterijen maar gebruik maken van netspanning. Hierdoor zijn ze veel krachtiger dan losse opzetflitsers. Overigens zijn er wel accu’s verkrijgbaar voor studioflitsers zodat je ze toch op locatie kunt gebruiken. Je moet dan echter wel flink wat apparatuur vervoeren.

Bij het gebruik van de ingebouwde flitser of een merkgerichte opzet flitser als flitsontsteking voor een studioflitsset kan de eerder genoemde voorflits voor problemen zorgen. De studioflitsers registreren de voorflits en flitsen mee, wanneer vlak daarna de daadwerkelijk flits volgt op het moment dat de sluiter open staat zijn de studioflitsers nog niet opgeladen. Het resultaat is dan een donker, soms zelfs zwart beeld. Om dit te voorkomen moet je de opzetflitser op handmatig zetten of een aparte flitsontsteker aanschaffen.

Sekonic L-358 lichtmeter
De Sekonic L-358 lichtmeter

Het werken met studio apparatuur vereist wel de nodige oefening en het is verstandig om hiervoor een goede flitslichtmeter aan te schaffen. De Sekonic L-358 is op dit gebied een aanrader en is verkrijgbaar vanaf zo’n 350 euro. Met de lichtmeter kun je precies bepalen hoeveel licht er op je model valt en welk diafragma je dan in moet stellen. Het aanschaffen van een studioflitsset inclusief de benodigde accessoires zoals een lichtmeter, flitsontsteker en wellicht een softbox kost al snel zo’n 1000 tot 1500 euro. Betaalbare studioflitsers zijn er bijvoorbeeld van Falcon Eyes , Jinbei en de Elinchrome D-lites. Een model van zo’n 400 watt is geschikt voor de meeste situaties. Ook hier geldt dat je krijgt waarvoor je betaalt, wil je wat robuuster materiaal en een constante lichtopbrengst geef dan wat meer geld uit.

Conclusie
Het gebruik van flitsers kan een geweldige toevoeging zijn om mooie foto’s te maken. Je moet daarvoor echter wel in de gaten houden waar je mee bezig bent en niet simpelweg vertrouwen op de automatische meting en de ingebouwde flitser van je camera.

Elja Trum
Dit artikel is eerder verschenen in fotomagazine Zoom.nl.
Tot de volgende

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s